Lees hier de speech van Dasja Abresch

STEENBERGEN – 21 oktober was er een informatieavond over asielzoekers in Steenbergen. Dasja Abresch  was 1 van de weinigen die positief tegenover het eventueel opvangen van asielzoekers stond . Zij kreeg vanuit het het publiek veel boe geroep. Ook werd er gescandeerd ” daar moet een piemel in” . 

Wij vinden dat de speech van Dasja Abresch  OOK gehoord moet worden. Omdat zij niet verstaanbaar meer was door ” het verzet” van Geert Wilders, hebben wij contact met haar gezocht. Met toestemming van haar bij deze haar speech. 

Dasja Abresch is wat ons betreft een sterke vrouw, en een groot voorbeeld voor vele. Dasja Abresch  BEDANKT! 

s
image-3222
Mijn naam is Dasja Abresch. Ik ben hier geboren en ik ben hier vanavond omdat mijn gemeenteraad mij gevraagd heeft naar mijn mening over de opvang van vluchtelingen in de gemeente Steenbergen. Een onderwerp dat mij aan het hart gaat en ik zal u vertellen waarom.

Ten eerste omdat ik iedere dag wanneer ik de krant opensla weer dankbaar ben dat ik hier in Nederland geboren ben. Wanneer ik het eerste katern met natuurgeweld, oorlogen en hongersnood ben doorgeworsteld, dan prijs ik mij bij de ochtendboterham alweer gelukkig dat mijn wieg hier heeft gestaan. Meer heb ik daar niet ook voor hoeven doen. Ik ben hier alleen maar geboren en nadat mijn vader daarvan aangifte had gedaan, ben ik automatisch het systeem in gerold. Het systeem van een land waar je zelf relatief hard moet werken voor je geluk. En voor het geluk van een ander die, om wat voor reden dan ook, tijdelijk of nooit meer deel uit kan maken van het arbeidsproces. Want ook daar werken wij met z’n allen hard voor.

Daaruit vloeit mijn tweede argument voort en dat is dat ik de vrijheid, veiligheid en het voorzieningenniveau van Nederland nooit vanzelfsprekend neem. Ik ben er dankbaar voor dat er zoveel zo goed geregeld is in dit land. Niet alles, want ook ik vind dat onze bestuurders op dit moment nog wel eens heel goed na mogen denken over de weg die zij inslaan met betrekking tot ouderenzorg, jeugdzorg en het beleid omtrent langdurig zieken. Toch vind ik dat wij als land nog steeds niet te klagen hebben.

Ik neem dit alles niet vanzelfsprekend omdat ik heel goed weet dat het ook niet vanzelfsprekend gekomen is. Ik sta iedere 4 mei bij het oorlogsmonument aan het Kerkplein, ik ben in november bij de klok van de Welberg, ik sta met de kinderen van de basisschool in september bij het propellermonument in het stadspark. Voor mij zijn dat niet alleen maar historische herkenningspunten; de slogan ‘Vrijheid geef je door’ is voor mij geen holle frase. Verspreid over Europa liggen hectaren vol graven van jonge soldaten die hier sneuvelden omdat zij ons land wilden bevrijden. Bevrijden van een man die ervan overtuigd was dat de ene bevolkingsgroep superieur is aan de andere. En dat hij om die reden het recht had om mensen zoals u en ik uit te roeien. De gedachte daarachter was dat daarmee alle problemen opgelost zouden zijn. Velen gingen mee in zijn gedachtegoed en maakten daarmee, zoals we nu weten, een gruwelijke vergissing.

Ik vind dat je moet weten waar je vandaan komt om te kunnen bepalen waar je naartoe wilt. Ik weet dat ik mezelf nooit terug in die tijd van zeventig jaar geleden wil bevinden. En mede daarom vind ik dat we het als mensen onder elkaar verplicht zijn om hen die zich daar wel bevinden een vluchthaven te bieden. Want dat is wat het inhoudt om mens te zijn, de wil en de plicht te voelen om een ander die in nood verkeert te helpen.

Ik ben ook niet bang om dat hier te zeggen. Vrijheid van meningsuiting is nog zo’n onbetaalbaar goed dat wij hier in Nederland hebben. Iedereen mag hier voor zijn mening uitkomen. Hoewel ik daar de afgelopen week persoonlijk wel mijn vraagtekens bij gehad heb. Of dat nog wel kon, die vrijheid van meningsuiting.

Ik weet dat anderen vanavond al niet meer voor hun mening uit hebben durven te komen uit angst voor agressie en represailles. Als we daarheen moeten als land, dan is Nederland niet meer het land waar ik trots op kan zijn.

Tot zover mijn persoonlijke beweegredenen om hier vanavond in te spreken. Zij zijn ook mijn antwoord op mijn eerste van de drie vragen die de gemeenteraad hier vanavond aan ons stelt. Die eerste vraag luidt:

Is Steenbergen een gemeente die vluchtelingen opvangt?

Met alles wat ik u net verteld heb, zult u begrijpen dat ik hier een overtuigd ‘ja’ op antwoord.

De tweede vraag: Welke vragen leven er over de genoemde locatie Buiten de Veste?

Velen. Het feit dat ik vind dat wij vluchtelingen uit oorlogsgebieden welkom zouden moeten heten, neemt niet weg dat er bij mij, net als bij ieder ander in deze zaal, grote vragen leven over hoe we dat dan het beste kunnen doen. Ik hoorde onze Commissaris van de Koning onlangs hierover zeggen “De afdeling makkelijke oplossingen is gesloten” en daar kan ik me bij aansluiten. De afgelopen maanden hebben wij mijns inziens al veel geleerd. Vooral over hoe we het niét moeten doen. Grootschalige opvang is efficiënt en goedkoop maar naar mijn mening volslagen onwenselijk wanneer het gaat om periodes die vijf jaar beslaan. Vanwege de druk op de samenleving maar óók vanuit het oogpunt van de mensen die er daadwerkelijk moeten wonen. Spanningen en irritaties zullen er aan de orde van de dag zijn en leiden tot steeds groter wordende problemen en onvermijdelijke escalaties. Vluchtelingenwerk Nederland heeft zich duidelijk uitgesproken tegen dergelijke grootschalige locaties en ik vind dat zij vanuit ieder denkbaar menselijk oogpunt gelijk hebben.

Dat het COA grootschalige opvang op één locatie van gemeenten vraagt, zou ik als gemeentebestuur als wetenswaardigheid meenemen maar meer ook niet. Als de nood dan zo hoog is, dan zou ik tegen het COA  willen zeggen, wees blij met wat je krijgt. Je stelt geen open vraag om daar in dezelfde zin een keihard criterium aan te verbinden. En als gemeente zeg je daar niet direct gewillig okay tegen. Je neemt de vraag mee terug naar huis en gaat eerst eens kijken wat je zelf eigenlijk wilt en wat past. Ik sluit het niet uit dat gemeenten waaronder de onze met veel creatievere, meer gedragen en betere oplossingen kunnen komen dan nu passen binnen het door het COA gestelde kader.

De derde en laatste vraag ‘Aan welke randvoorwaarden dient eventuele opvang van vluchtelingen te voldoen?’, is het gemakkelijkst te beantwoorden van allemaal. Het antwoord daarop staat namelijk al heel lang zwart op wit en daar zijn we het ook al heel lang met elkaar over eens. Ik bedoel daarmee onze eigen grondwet, maar ook de universele rechten van de mens en de universele rechten van het kind. We hoeven het wiel niet uit te vinden. Het kan soms heel simpel zijn. Wanneer wij zorgen dat eenieder die zich in Nederland bevindt, allochtoon en autochtoon weet dat dit de regels zijn waarlangs wij willen leven, kan er weinig mis gaan. En dat we die regels niet nastreven, maar naleven en wie dat niet doet de consequenties daarvan moet aanvaarden. Wat dat betreft juich ik het initiatief van het kabinet om de grondwet in het Arabisch te laten vertalen toe. Ik geef daarbij wel de tip om hem ook voor ons Nederlanders weer eens onder het stof vandaan te halen, op te poetsen en op posters, vlaggen en banieren af te laten drukken zodat we het allemaal weer op ons netvlies hebben staan:

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

En als we dan toch bezig zijn, voeg er dan gelijk het eerste artikel uit de Universele Rechten van de Mens aan toe:

Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.

Tot zover.

 

Oprichter van echte liefde kent geen kleur , Jouw Recht van Spreken, en Sterke Vrouwen . Ik ben politiek actief. En ervaringsdeskundige op verschillende vlakken.
Ik merk dat steeds meer mensen een label krijgen en slachtoffer worden van de vooroordelen en oordelen van de maatschappij of door andere mensen. Hier wil ik tegen strijden. Ik kom op voor jouw en mijn recht!
One comment on “Lees hier de speech van Dasja Abresch
  1. Pingback: Hoe de Wildershorde vrijheid van meningsuiting begroet | Krapuul

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: