Zwarte Piet gaat over veel meer dan Zwarte Piet

racisme
image-1481
Als het begrip ‘racisme’ al ter sprake komt, dan wordt het meestal op een willekeurige en ondoordachte wijze gebruikt. Het is symptomatisch voor de armoedige wijze waarop het racismedebat gevoerd wordt in de Lage Landen. En het verklaart ook ten dele waarom het Zwarte Piet-debat steevast eindigt in een dovemansgesprek. Alvorens we zinvol willen discussiëren over Zwarte Piet en racisme, dienen we dus te bepalen wat racisme precies is.

Over bloed, ras en kleur

Misschien helpt het om eerst aan te duiden wat racisme nièt is. Laat me een voorbeeld geven. Toen de gevel van journalist Peter Verlinden in juni beklad werd met het woord ‘negers!’, werd er een uitzending van radioprogramma Hautekiet gewijd aan racisme. De titel van de uitzending was erg veelzeggend: “Zit er een stukje racisme in elk van ons?” Het uitgangspunt was dus dat racisme een ‘gevoel’ is. Iets zoals jaloezie of opvliegendheid. Een slechte maar natuurlijke eigenschap die we moeten trachten te bedwingen door opvoeding en vorming. Ook tijdens het Zwarte Piet-debat komt die visie op racisme bovendrijven.

Waar zit de fout? Racisme en xenofobie worden met elkaar verward. Of beter: racisme wordt gelijkgesteld aan xenofobie. Xenofobie heeft te maken met de angst voor het vreemde. Zachter uitgedrukt: het wantrouwen ten aanzien van het niet-eigene. Dat is een universeel gegeven. We zijn inderdaad geneigd om naaste verwanten, vrienden en kennissen meer te vertrouwen dan vreemdelingen.

Xenofobie verschilt van racisme in de zin dat racisme een welonderscheiden, historische ideologie is. Onder ‘ideologie’ moet hier verstaan worden: een min of meer coherent geheel van voorstellingen, praktijken en handelingen die een specifiek mens- en wereldbeeld reproduceren. Dat wereldbeeld bepaalt op zijn beurt hoe mensen zich gedragen en positioneren ten opzichte van elkaar.

WHITE SUPRE
image-1482
Racisme als ideologie centreert zich rond het concept ‘ras’ of afgeleiden daarvan, zoals ‘bloed’ en ‘huidskleur’. Op basis van het begrip ‘ras’ wordt een hiërarchische relatie aangebracht tussen verschillende ‘rassen’. Concreet: het ‘blanke’ ras wordt superieur geacht aan het ‘gekleurde’ ras. Dat gebeurt via velerlei afgeleiden van het basisidee: gekleurde mensen zijn irrationeel, promiscue, onhygiënisch, primitief en zo meer. Bottom line is steeds dat het blanke ras de tegenovergestelde eigenschappen bezit en daardoor superieur is. Dat idee van superioriteit maakt het legitiem dat het blanke ras andere rassen onderdrukt.

Het is van belang in te zien dat deze racistische ideologie op een bepaald moment in de geschiedenis ontstaat. In het Europa van de late Middeleeuwen en de vroege renaissance doet het begrip ras (of varianten ervan) zijn intrede in het West-Europese vertoog. Niet toevallig natuurlijk. Het is de tijd waarin Europeanen de wereldzeeën bezeilen op zoek naar goedkope grondstoffen. Het is ook de tijd waarin goedkope werkkrachten nodig waren om die grondstoffen te ontginnen. Racisme was de ideologie die deze koloniale praktijk rechtvaardigde én in stand hield. En dat tot diep in de twintigste eeuw: het apartheidsregime in Zuid-Afrika en de segregatie in de VS zijn er het directe product van.

Conclusie: racisme is een ideologie die ontstond in het vroegmoderne West-Europa. Een ideologie die een systeem van uitbuiting, slavernij en gewelddadige, (pre-)kapitalistische exploitatie in de hand hield en ook versterkte. Het was een machtssysteem gebaseerd op het idee van Westerse, blanke superioriteit.

slaven
image-1483

 

Goed, zullen sommigen zeggen, maar van die ideologie zijn we nu wel verlost. Het kolonialisme, de apartheid, de segratie, ze zijn voorbij. Racisme is iets dat tot het verleden behoort. We onderscheiden mensen niet meer op basis van ras. Welnu, het klopt inderdaad dat expliciete onderscheidingen op basis van ras niet langer mainstream zijn. Hoewel dat niet betekent dat ze verdwenen zijn. Supporters die bananen naar gekleurde spelers smijten, gevels die beklad word met ‘negers’, spreken over ‘makakken’. Het is nog steeds van deze tijd.

Maar in het publiek en politieke debat heeft de expliciete referentie naar ras plaatsgemaakt voor een referentie naar cultuur. De ene cultuur zou nu ‘achterlijker’ of ‘onaangepaster’ zijn dan andere. Zichzelf op de borst kloppend heeft menig politicus verkondigd dat de Westerse cultuur superieur is. Maar bemerk dat het concept ‘cultuur’ een zelfde functie vervult als het concept ‘ras’. Het brengt een hiërarchisch onderscheid aan tussen bevolkingsgroepen en de scheidingslijn tussen die groepen komt vaak naadloos overeen met verschillen in huidskleur. Dat hiërarchisch onderscheid rechtvaardigt oorlogen, legitimeert een paternalistische politiek, bevordert uitsluitingen en houdt machtsonevenwichten in stand. Het hangt evenzeer samen met een kapitalisme dat teert op lageloonlanden, goedkope werkkrachten en beperkingen van het vrij verkeer tussen personen.

Moraliseren

Het is zonneklaar dat Zwarte Piet past binnen een racistische ideologie zoals ik die hierboven geschetst heb. Het idee van een blanke meester en zwarte knecht, het slavenpakje, de rode lippen, de guitige ondeugenheid, de luiheid en de ‘grappige’ irrationaliteit van Zwarte Piet: het zijn stuk voor stuk eigenschappen die product zijn van een racistische ideologie. Het is erg moeilijk om zoiets te ontkennen.

De vraag is  dan: waarom weigeren zoveel mensen dit te erkennen? Waarom is het zo moeilijk te aanvaarden dat Zwarte Piet past binnen een klassiek racistisch wereldbeeld? Een deel van de reden hiervoor moet gezocht worden in, opnieuw, een verkeerde interpretatie van wat racisme is.

Racisme wordt vaak gereduceerd tot de meeste manifeste symptomen ervan: fysieke of verbale agressie tegenover andere bevolkingsgroepen, gaande van pestgedrag tot genocide. Gevolg is dat racisme een moreel beladen term is. Iemand of iets racistisch noemen wordt opgevat als een zware morele veroordeling. Een praktijk als Zwarte Piet als racistisch bestempelen, schiet bij velen exact om die reden in het verkeerde keelgat. Want, zo gaat de redenering dan, wat heeft het vieren van een onschuldig kinderfeest nu te maken met geweld tegenover minderheidsgroepen? Hoe durven ze ons, vredelievende en goedbedoelende burgers, te beschuldigen van racisme?

Die tegenreactie berust op een erg moralistische interpretatie van wat racisme is. Wat vergeten wordt is dat racisme als ideologie vaak onbewust gereproduceerd wordt. Een wereldbeeld en een machtsorde wordt via een geheel van praktijken gereproduceerd en vaak zijn we ons er niet van bewust dat we een bepaalde kijk op de wereld aan het reproduceren zijn.

Laat me een voorbeeld uit een andere context geven. Een vrouw gaat op een date met een man. Aan het einde van het etentje, biedt de vrouw aan om de rekening te betalen. Maar de man weigert. Dat hoort niet, vindt hij. Het is aan de man om een vrouw te trakteren. Niet andersom. Dat is beleefdheid, volgens hem.

Of het nu al dan niet beleefd is of niet om een vrouw te trakteren, doet er hier niet toe. Waar het om draait is dat het hele idee dat mannen per se vrouwen moeten trakteren, bijdraagt aan een wereldbeeld waarin de man zorgt voor de vrouw. De vrouw wordt geportretteerd als een wezen dat bescherming, ondersteuning en dus een ‘sterke’ man nodig heeft. Het houdt dus een zekere machtsorde in stand die de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen bestendigt. Maakt dat van de man in het voorbeeld een immorele seksist? Nee, uiteraard niet. Maar onbewust verspreidt hij een wereldbeeld waarin seksisme verder kan gedijen, tot en met de meest gewelddadige manifestaties ervan. Hetzelfde geldt voor Zwarte Piet en racisme.

De discussie over Zwarte Piet is geen morele discussie. Het gaat er niet om mensen te beschuldigen. Wel is het een poging om een kritisch bewustzijn te scheppen. Een bewustzijn omtrent het feit dat er een connectie bestaat tussen de heel expliciete en gewelddadige manifestaties van racisme en de onbewust uitgevoerde, alledaagse praktijken. Wat een racistische geweldpleging, discriminatie op het werk en Zwarte Piet met elkaar delen is een gezamenlijk wereldbeeld. Deze verschillende praktijken dragen in meer of mindere mate ook bij tot een bestendiging van een racistisch wereldbeeld.

Zwarte Piet als racistisch bestempelen, berust dus niet op een morele veroordeling. Wel is het een oproep om kritisch om te gaan met alledaagse praktijken die een bepaald wereldbeeld in stand houden. Het is een bewustzijn dat geschopt wordt. En in die zin hebben de activisten bij voorbaat gewonnen. Zwarte Piet is reeds gepolitiseerd en zal nooit meer de onschuldige connotatie hebben die het eens had. De strijd is op dat vlak reeds half gewonnen.

Pietluttigheden

Is het wel de moeite waard om zoveel energie te steken in deze controverse? Een deel van de linkerzijde en antiracistische activisten vinden van niet. Het argument dat ze naar voor schuiven is dat er andere, meer dringende vormen van onrecht zijn die moeten aangeklaagd worden. Voor sommigen is de hele Zwarte Piet-discussie zelfs een schijndebat dat de ‘ware (klassen)tegenstellingen’ of het ‘échte racisme’ verdoezelt. Kortom, een afleidingsmanoeuvre dat uiteindelijk in de kaart speelt van heersende groepen of een loutere symbolenkwestie.

Het probleem met deze kritiek is dat er een ondemocratische tendens achter schuilt. Blijkbaar weten sommigen beter dan anderen welke strijden er moeten gestreden worden en welke niet. Men gaat er stilzwijgend van uit dat er een objectieve hiërarchie bestaat tussen verschillende vormen van onrecht en politieke strijd en dat een waarachtig emancipatorisch project die hiërarchie dient te onderschrijven. Verzuchtingen van activisten op het terrein worden op pretentieuze wijze weggehoond als irrelevant en niet onderbouwd. Het is exact hierin dat het ondemocratische element schuilt.

Er is meer aan de hand. Achter deze kritiek gaat ook een foutieve visie schuil omtrent hoe een politieke strijd zich ontwikkelt. Complexe mechanismen als racisme en discriminatie kan je nooit op zich aanvallen. Er bestaat niet zoiets als ‘écht racisme’. Net omdat racisme een complex en alomvattend mechanisme is, dat zich slechts in heel particuliere en soms triviale wijze laat zien.

Wat nodig is zijn concrete casussen waarrond de verontwaardiging zich kan centreren en van waaruit het debat en de strijd kunnen gevoerd worden. Die casus is nooit de kern van de strijd, wel het vertrekpunt ervan. Het fungeert als een hefboom om een wijd vertakte problematiek aan te kaarten.

Zwarte Piet is een dergelijke hefboom. Niemand is zo naïef om te geloven dat het racisme zal verdwijnen wanneer we zwarte door blanke Pieten vervangen. Dat is ook niet de eigenlijk inzet van het debat. Zwarte Piet is wel een aanleiding om de subtiele en vaak onbewust gereproduceerde mechanismen aan te kaarten die toelaten dat racisme blijft gedijen. Zwarte Piet is een symptoom van latent racisme en daarom een casus van waaruit een bredere bewustmaking omtrent racisme kan opgebouwd worden. Zwarte Piet ging nooit over Zwarte Piet. Het ging van het begin af aan over racisme.

* Dit artikel is eerder gepubliceerd op dewereldmorgen.be

 

thomas
image-1484
Gast-Auteur : Thomas Decreus

Historicus en filosoof. Doceert aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (KULeuven), journalist voor DeWereldMorgen.be en auteurs van Een paradijs waait uit de storm. Over markt, democratie en verzet (EPO 2013)

 

 

 

 

 

Met veel liefde en toewijding werkt de JRvS redactie dagelijks aan nieuwe maatschappelijke onderwerpen om deze onder de aandacht te brengen van jullie, onze lezers.

Wij willen een signaal geven aan de maatschappij en tevens jullie de gelegenheid geven ook je verhaal hier op de website te delen.

Heb jij een verhaal die gehoord móet worden, laat ons dit dan weten. We geven jou graag de kans om je verhaal als gast-auteur hier te publiceren!

Meer informatie kun je hier in vinden: http://jouwrechtvanspreken.nl/gast-schrijvers/
%d bloggers liken dit: