Schelden doet wél zeer

image-441
NEDERLAND – Ik kom uit een tijd waarin de vrijheid van meningsuiting nog werd begrensd door wat betamelijk was. Zo mocht je geen andere mensen uitschelden en racisme, fascisme en discriminatie waren nog gewoon strafbaar. De Janmaatjes en Glimmerveentjes van die tijd verdwenen nog wel eens achter tralies. Een plek die voor hen leek te zijn geschapen. Ik ging dan ook redelijk onbekommerd verder met mijn leven.

 

De laatste tijd sta ik echter weer met twee benen op de grond. Ik – witter dan wit – kreeg een relatie met een vrouw die – volgens de Surinaamse kenners – van het Portugese type is. Maar het is onmiskenbaar: ze heeft een kleurtje. Het is er wel eentje die ik tijdens goede zomers vaak meer dan evenaar, maar ze is evengoed getint. En precies dat is waar het bij veel Nederlanders momenteel wringt.

Toen mijn partner afgelopen vrijdag boodschappen deed bij AH, vond een opgeschoten puistenkop het nodig om tegen haar op te merken: ‘Mag jij hier nog wel komen eigenlijk?’
Mijn vriendin had de tegenwoordigheid van geest om te reageren met: ‘Dat jij zoiets durft te zeggen zonder je witte puntmuts op’ – daarbij refererend aan de ‘boerka voor KKK-leden’.
Toen ze het me vertelde dacht en zei ik ‘That’s my girl’. Ik ben er trots op dat ze zich niet door dit soort hersenloze figuren op de mooie kop laat zitten!

Afbeelding14
image-442

Mijn lief is niet op haar mondje gevallen en kan bijzonder ad rem uit de hoek komen. Toch is het in het klimaat van een steeds openlijker racisme slechts een manier om zich in het openbaar staande te houden. De opmerkingen doen haar zichtbaar pijn.

Zaterdag op de weekmarkt was het wederom raak. Een kerel op de markt stootte zijn metgezel aan en sprak – daarbij wijzend op mijn partner – duidelijk de woorden: ‘Ze zeggen dat het aantal Zwarte Pieten zienderogen afneemt. Dat is helemaal niet waar, want daar loopt er ook weer een’. Het is mij helaas ontgaan, want ik zou er zeker op zijn afgestapt en had hem dan ter verantwoording geroepen.

Mijn lief kent me – men moet mijn geliefden met rust laten – en daarom vertelde ze me pas van dit voorval toen we weer in de auto zaten. De tranen in haar ogen ontgingen me niet. Het was het zoveelste racistische voorval in een paar weken tijd.

In de geborgenheid van thuis barstte ze in tranen uit en was ontroostbaar. Toen ze tussen de snikken door opmerkte: ‘En het is pas begin oktober, wat staat me allemaal nog meer te wachten?’ moest ik haar het antwoord schuldig blijven.

verhalenvertellers@live.nl'
%d bloggers liken dit: